Uitgelicht bericht

Mijn blog

In mijn blog vertel ik over oa onderwijs, hoogbegaafdheid, ADHD, ADD, autisme, dyslexie, beelddenken, fixatie disparatie, Leonardo en ander (voltijds) HB onderwijs en Ik leer anders. Soms incidenteel ook over een ander onderwerpen.

Hoe vind ik een blog?

- Voor alle blogberichten: scroll naar beneden

- Voor een specifieke blog: selecteer een titel in onderstaande lijst.

- Klik rechtsboven op Categorie en maak een keuze naar onderwerp.

- Vul rechtsboven bij Zoeken een zoekterm in zoals titel of onderwerp.

De nieuwste blogs staan bovenaan.

Veel leesplezier.

Dorien Kok

Via de tab Meer… komt u op mijn andere websites. 

Onderwijs uitgelegd: doortoetsen februari 2014

Wachtkamerkind februari 2014

Onderwijs in terra incognita: over thuisonderwijs en hoogbegaafdheid  Herblogd van Sytze Steenstra Blog januari 2013

Onderwijs onderzocht: Versnellen, ja of nee december 2013

Vol hoofd december 2013

Onderwijs onderzocht: meer motivatie vanuit werken in groepjes oktober 2013

Uw brein is een regenwoud oktober 2013

Mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren september 2013

Kleuters en Cito september 2013

Leerproblemen september 2013

Verschil in snelheid van informatieverwerking tussen tienerjongens en -meisjes. september 2013

Oproep ouders en scholen voor het vervolgonderzoek dyslexie en hoogbegaafdheid door Universiteit Utrecht  juli 2013

Onderzoeksrapport: ‘Slimme leerlingen krijgen extra stof, maar geen extra aandacht’ maart 2013

Oproep: ‘Hoogbegaafd en beelddenken’ Onderzoek naar de visueel-ruimtelijke en verbale informatieverwerking bij hoogbegaafde kinderen. maart 2013

“Waar een klein land groot in moet worden” maart 2013

De littekens die pesten achterlaat.  maart 2013

Ontwikkelingsstoornissen juist diagnosticeren: kijk ook in het brein februari 2013

Wie schrijft die blijft. februari 2013

Echt excellente scholen februari 2013

We are the people we’ve been waiting for december 2012

Een vol hoofd – balans tussen denken, voelen en doen november 2012

Onderzoek: We feel, therefore we learn november 2012

Nieuw onderzoek naar excellentie op scholen oktober 2012

Pavlov: Dolores Leeuwin over intelligentie oktober 2012

HB en dyslexie onderzoek Universiteit Utrecht oktober 2012

Onderzoek: hoe aanstaande leerkrachten kunnen worden opgeleid voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen september 2012

Werken met picto’s, thuis en op school september 2012

Zeilen voor passend onderwijs voor thuiszitters augustus 2012

Verkiezingen 2012: de politiek en passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen augustus 2012

Born tot learn juni 2012

Onderwijs uitgelegd: DL en DLE, wat kun je daar als ouder mee februari 2012

Linker vs rechter hersenhelft  januari 2012

Over nieuwe richtlijnen AD(H)D juni 2011

Er is geen weg terug naar passend onderwijs maart 2011

Wat is nou eigenlijk beelddenken februari 2011

Onderzoek hoogbegaafdheid februari 2011

Antwoorden van de Minister van Onderwijs januari 2011

‘Onderwijs hoogbegaafde kinderen onder druk’ december 2010

Een lief meisje juli 2010

School hoogbegaafde kinderen in nood juni 2010

Van H naar Beter juni 2010

Je kind als tegenstander juni 2010

Nederlandse talenten: wel de start, maar niet de finish juni 2010

PVDA: ‘hoogbegaafde kinderen kosten klauwen vol geld’ juni 2010

Het meisje met de vleugels juni 2010

Het verhaal van Imme Kors mei 2010

Rondom labelkinderen mei 2010

Dag van de Hoogbegaafdheid mei 2010

Effecten créche bezoek mei 2010

Bart Simpson actie van een hoogbegaafd kind mei 2010

Oproep voor leerkrachten, IB-ers en schooldirecteuren basisonderwijs mei 2010

Is thuisonderwijs in strijd met het belang van het kind? mei 2010

Reken even mee april 2010

Een verraderlijke kloof? april 2010

Slaap kindje slaap april 2010

Laat dat kind toch spelen april 2010

De vroege lezer april 2010

Hyperactiviteit april 2010 – video

Petitie Passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen april 2010

Spijbelaar april 2010

Sociaal-emotioneel achter? maart 2010

Sta open voor de kind maart 2010

Dag van de Leerplicht maart 2010

How can you encourage a child maart 2010 – video

Waarom speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen maart 2010

Gewoon geen dyslexie! maart 2010

Vluchten of aanvallen maart 2010

Het gevaar van de nieuwe DSM: V maart 2010

Het sprookje van Ritalin en het placebo effect maart 2010

Zet het onderwijs op je agenda! maart 2010

Onderzoek thuiszitters – Hogeschool Utrecht maart 2010

Feest! maart 2010

Onderzoek sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen februari 2010

Hoogbegaafde thuiszitters februari 2010

Onderwijs uitgelegd: Doortoetsen

DoortoetsenAls een ouder of school denkt dat een leerling een ontwikkelingsvoorsprong of hiaten (het ontbreken van kennis) heeft of als hoogbegaafd is gezien moet een school deze leerling gaan ‘doortoetsen’. Ook als de leerling verder is dan de geboden leerstof of als uit de DLE scores blijkt dat een kind voorloopt.

Wat betekent doortoetsen voor een leerling met een leervoorsprong?

Doortoetsen: wat is dat?
Bij doortoetsen verzamel je informatie over een individuele leerling zodat je kunt zien wat het startpunt is voor je onderwijsaanbod. Het geeft een duidelijk beeld waar een leerling didactisch (onderwijstechnisch) staat in de ontwikkeling, iets wat een IQ test niet doet. Het kan – als de leerling niet onderpresteert en het doortoetsen goed wordt gedaan – duidelijkheid geven en voorkomt discussie intern of tussen school en ouders. Het vormt een aantoonbare basis om beslissingen te nemen voor een leerling. Het duidt ook of de leerling op slechts één vlak voorloopt of op meerdere vlakken, of het meer kan of op juist de tenen loopt. Het resultaat geeft geen inzicht in wat deze leerlingen niet kunnen.

Het is ook een hulpmiddel bij de keuze om wel of niet te versnellen – tussentijds doorstromen naar het volgende leerjaar. Doortoetsen is niet een eenmalige gebeurtenis, maar een proces van herhaling. Het is natuurlijk erg belangrijk dat school en de leerkracht iets kan met de resultaten. Als dit niet zo is, is hulp van buitenaf een must.

Wie doortoetsen
Niet alleen leerling waarvan de leervoorsprong zichtbaar is toets je door. Het doortoetsen kan ook andere vraagtekens over een leerling helder maken, bijvoorbeeld bij leerlingen die zich anders gedragen dan verwacht. Heeft een leerling zich misschien aangepast aan school (onderpresteren). Leerlingen die geen belangstelling tonen voor het huidige onderwijsaanbod, ongepast gedrag laten zien of gedemotiveerd zijn en daardoor niet gezien worden als ‘snelle snapper’ moeten ook doorgetoetst worden.

We hebben het hier ook over kleuters.

Het doortoetsen
Voor de start van het doortoetsen moet er eerst een onderzoeksdoel vast worden gesteld: niveaubepaling, mogelijk versnellen, hiaten opsporen of een andere reden.

Het afnemen van de toetsen vanuit het leerlingvolgsysteem (LVS) is specialistenwerk. Gedrag als aanpassen, faalangst en onderpresteren moet gesignaleerd worden. Dit kan immers de uitslag beïnvloeden. Ook wie de toetsen afneemt kan van grote invloed zijn. Per schooljaar zijn er 2 toetsen per vaardigheid (het lezen, hoofdrekenen, spellen, rekenen/wiskunde en begrijpend lezen) beschikbaar. Bijna alle toetsen worden in januari en juni afgenomen. Startpunt is de kalendertechnisch eerstvolgende leerstofafhankelijke toets, waarvan de leerstof nog niet is behandeld in de klas of met de leerling. Tempotoetsen zijn geen onderdeel van het doortoetsen.

Het gaat er niet om dat de leerling de toets foutloos maakt. Je kijkt alleen naar de totaalscore. Als de leerling een score A, B, of C haalt pak je er de eerstvolgende toets bij en neem je die ook af. Fouten worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Bij onverwachte uitval ga je nog verder met doortoetsen.

Groep 8 niveau
Er geen toetsen meer die aansluiten bij het niveau van de leerling als deze de lesstof vóór groep 8 (ruim) beheerst. Dootoetsen kan dus niet. Het is dan raadzaam om, bijvoorbeeld één keer per jaar, een toets af te nemen om vast te stellen of de lesstof bij de leerling beklijft en er geen terugval plaatsvindt. Dan moet zeker de lesstof aangepast worden.

Lesaanpak
Iets wat een leerling beheerst hoeft hij niet meer te leren. De foutenanalyse geeft aan wat een leerling nog niet beheerst. Je kijkt naar mogelijke hiaten of dat het gehele hoofdstuk nog niet beheerst wordt. Is er sprake van hiaten of wordt het hoofdstuk nog niet volledig beheerst dan wordt hier instructie en oefening op gezet, waarbij de mate van benodigde oefening lager zal zijn dan bij andere leerlingen. Ook het aantal leerstappen zal mogelijk minder zijn.

Aandachtspunt is dat deze leerling de rest van diens schoolcarrière waarschijnlijk geen 10 onderwijsmaanden nodig heeft voor een schooljaar, mogelijk beheerst het de leerstof zelfs in de helft van de tijd. Iets wat dus ook meteen gestart moet worden is het compacten (indikken leerstof) en verrijken (leerstof die tegemoet komt aan de specifieke leerlingbehoeften). Dit moet serieuze leerstof zijn, zodat deze leerlingen echt iets te doen heeft wat zoden aan de dijk zet. Het is niet de bedoeling dat de leerlingen maar een beetje bezig gehouden worden.

Versnellen
Soms is de voorsprong zo groot dat nadenken over versnellen verstandig is. Hierbij speelt niet alleen het doortoetsresultaat een rol, maar ook zullen ouders en school rekening moeten houden met factoren als welbevinden, aansluiting, persoonlijke omstandigheden enz. Observatie maar ook heldere communicatie tussen school en ouders spelen hierbij een belangrijke rol. Indien nodig is het verstandig hier een derde partij bij te betrekken, zoals een HB-specialist.

De Versnellingswenselijksheidslijst van het CBO in Nijmegen kan een tool zijn bij de besluitvorming hierover.

Lees ook:

Onderwijs uitgelegd: DL en DLE, wat kun je daar als ouder mee.

Onderwijs onderzocht: Versnellen, ja of nee.

Dorien Kok

Wachtkamerkind

Wachtkamer

En dan is je verjaardag voorbij, je bent nu 4 geworden. Eindelijk, na zo lang wachten, mag je naar school. Nu mag je echt gaan leren. Je kan al lezen, rekenen en schrijven en hebt er echt zin in.

Je vraagt op de eerste dag aan de juf: “Krijg ik hier ook les in Spaans?” Juf zegt: “Nee, alleen het ABC.” Je eerste teleurstelling: die komt hard binnen. Je kent de letters immers al lang. Je wilt dingen leren, die je nog niet weet.

Dit is niet het verhaal van één kind. Er zijn veel meer kinderen, die de kleuterschool binnen komen en eigenlijk meteen al op groep 3 niveau functioneren. Helaas moeten zij gewoon aan het begin van het onderwijspad beginnen. Ze lopen 2, 3 of soms wel 4 jaar voor op leeftijdsgenoten.

In de praktijk betekent dit, dat het kind ‘in de wachtkamer’ gezet wordt. Zo zit hij (of zij) daar iedere dag opnieuw – hopend dat hij gezien zal worden, aan de beurt zal komen en men snapt wat hij kan en weet en wat hij dus nodig heeft. Wachtend tot er leerstof langskomt die hij nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen. Hopend dat ook hij nieuwe dingen mag leren, onderzoeken, sponsen – eigenlijk gewoon groeien – zoals hij tot nu toe thuis gewend was. Gewoon zijn eigen ontwikkelingslijn volgen.

We hebben het niet alleen over kinderen zoals deze, die hier als voorbeeld wordt genoemd: leergierig en tot nu toe succesvol in zijn ontwikkeling. Bij hem zijn de kenmerken zodanig dat er mogelijk direct een ontwikkelingsvoorsprong in herkend kan worden, als men er in investeert en er de kennis en tools voor heeft. We hebben het ook over kinderen die niet direct zichtbaar zijn: verlegen meisjes, stuiterballen, explosieve kinderen, drop-outs, kinderen met grote faalangst of met een scheve ontwikkeling.

Veel van deze kinderen blijven hun hele schoolse leven in de wachtkamer zitten. Dat in de wachtkamer zitten, houdt namelijk vaak niet op als ze naar groep 3 gaan. Dit los van het feit dat, als ze wel gezien worden, ze vaak nog niet krijgen wat ze nodig hebben om zich te kunnen blijven ontwikkelen. De vraag is wat dit voor het kind betekent?

Het antwoord: schade. Niet gezien worden als kind, niet aangesproken worden op de manier, die bij jou past, niet dat leeraanbod krijgen dat je nodig hebt en jou laat groeien. Het ontbreken van een stimulerende omgeving, die een kind uitdaagt. Dat doet wat met een kind: het beschadigt het kind. Het kind wordt geremd in zijn ontwikkeling en leert niet de vaardigheden, die het later nodig heeft.

Daar komt bij dat de signalen, die een beschadigd kind afgeeft verkeerd gelezen (kunnen) worden. Het kind verhuist hierdoor opnieuw naar een wachtkamer. Deze keer naar die van de jeugdgezondheidszorg, de huisarts, de psycholoog, het ziekenhuis – noem maar op – waar ze hem helemaal niet kunnen helpen. In het ergste geval verdwijnen kinderen zelfs helemaal uit het onderwijssysteem en komen ze thuis te zitten.

Hoe los je dit nu op? Voorkomen is beter dan genezen. Als je weet dat een kind bij aanvang van zijn schoolcarrière een ontwikkelingsvoorsprong heeft, kun je meteen inspelen op de onderwijsbehoefte van het kind. Het is dus van groot belang dat we dit gaan signaleren, voordat een kind naar school gaat. Aandacht voor vroegsignalering, zodat je als juf of meester op de eerste schooldag meteen handvatten hebt om het kind te zien en het daardoor meteen passend onderwijs kunt geven.

Dorien Kok

Onderwijs in terra incognita: over thuisonderwijs en hoogbegaafdheid

Webmaster:

Voor meer van Sytze Steenstra: http://sytzesteenstra.wordpress.com

Originally posted on Sytze Steenstra Blog:

Laat ik met de deur in huis vallen: mijn vrouw geeft mijn hoogbegaafde dochter thuisonderwijs. (Ik doe er zelf ook wel iets aan, maar veel minder). Dat is geweldig, een stuk beter dan de beste school die we konden vinden. Zoals onderwijskundigen het uitleggen: thuisonderwijs werkt één op één, is flexibel, sluit aan bij de vragen van de leerling, en is daardoor veel effectiever dan klassikaal onderwijs. Dat het voor mijn dochter een stuk beter is, zegt ook de schooljuf die mijn dochter een jaar lang les gaf, dat zegt de logopediste waar ze wekelijks heen gaat omdat ze dyslectisch is, dat schreef de orthopedagoge in haar verslag nadat ze haar twee dagen lang had getest. Natuurlijk vergt het veel inzet van ons. Het lesgeven kost veel tijd, en het zoeken naar goed lesmateriaal kost ook tijd, en geld. Het is, kortom, een prestatie waarvoor je als ouders best eens…

View original 4.901 woorden meer

Onderwijs onderzocht: Versnellen, ja of nee

VersnellingIn Nederland staan we huiverig tegenover versnellen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg is het motto. Keuzes hierover worden vaak niet op feiten gebaseerd. Middelbare scholen zijn ook erg huiverig over versnellen, hebben het idee dat zij de problemen van de basisschool op hun bord geschoven krijgen – voor wie de keuze tot versnellen vaak gebaseerd is op ‘wij weten het ook niet meer’.

De meeste leraren blijken (onderzoek Southern & Jones, Townsend & Patrick) nauwelijks op de hoogte zijn van bestaande literatuur over dit onderwerp. Struikelblok voor leerkrachten in het voortgezet onderwijs is ook de angst voor isolatie van de leerling en emotionele problemen. De praktijk wijst daarbij uit dat er bij leerkrachten ook weinig kennis voorhanden is over dat niet elke leerling met hoge intelligentie capaciteiten ook goed presteert, door bijvoorbeeld motivatieproblemen of faalangst. Ouders staan ook vaak alleen en ongesteund voor deze beslissing, kunnen ook weinig informatie vinden hierover.

CITO eindtoets 2006: van de leerlingen die meededen aan de Cito eindtoets (145.742) waren van 144.274 leerlingen de gegevens over geboortedatum en geslacht bekend. Van deze groep waren 150 leerlingen 2 of meer keer versneld (dwz 10 jaar of jonger op 1 oktober in de brugklas), 91 jongens en 59 meisjes, dat is 0,1%.

 (cijfers: Leonieke Boogaard)

In Nederland is er al 2 keer onderzoek gedaan naar dit onderwerp. Ook internationaal liggen er antwoorden, uit langdurend onderzoek. Deze onderzoeken geven een ‘ja’ voor versnellen.

In 2003 verscheen er in Nederland via CBO/KUN en Drs Lianne Hoogeveen het onderzoeksrapport  ‘Jonge, versnelde leerlingen in het Voortgezet onderwijs: Hoe om te gaan met leerlingen die, door het versneld doorlopen van de basisschool, als (zeer) jonge leerling het voortgezet onderwijs binnen komen.

Vragen die hierin gesteld en beantwoord worden:
- Horen ze eigenlijk wel thuis op een middelbare school
- Lopen ze meer risico om problemen te krijgen binnen het voortgezet onderwijs
- Vragen zij om specifieke begeleiding?
- Hoe zou je deze leerlingen dan kunnen begeleiden

Het rapport geeft duiding over hoe de zorg om deze groep leerlingen bij de docenten te verminderen en biedt handvatten voor de begeleiding. Het rapport is daarmee een aanrader voor leerkrachten uit het voortgezet onderwijs en voor ouders.

Tijdens haar opleiding tot Specialist in Gifted Education (2008) deed Leonieke Boogaard onderzoek naar hoe het (extreem intelligente) leerlingen in het voortgezet onderwijs verging nadat ze op de basisschool twee of drie keer versneld waren, zodat ouders die voor een zelfde moeilijke keus stonden wél informatie zouden hebben over de mogelijke gevolgen. 6 jaar na haar eerste onderzoek herhaalde ze de vragen.

De gemiddelde leeftijd bij de start van het voortgezet onderwijs van haar onderzoeksgroep was 10 jaar en 4 maanden. De jongste was 9 jaar en 7 maanden, de oudste 10 jaar en 11 maanden. Om te mogen meedoen aan het onderzoek moesten ze op 1 oktober in de brugklas 10 jaar of jonger zijn.

De leeftijd van de ondervraagde leerlingen die meededen aan het onderzoek varieerde van 10 tot 18 jaar, dwz zeggen van brugklas tot 1e jaars student. De grootste groep zat in klas 3, daarna de grootste groep (evenveel leerlingen ) in klas 2 en 5.

Zowel de leerlingen uit haar onderzoek als hun ouders gaven aan dat in het voortgezet onderwijs de contacten met klasgenoten en het aantal vriendschappen meer en beter waren dan op de basisschool. De angst van veel docenten dat jonge leerlingen op sociaal gebied geen aansluiting zullen vinden lijkt dus ongegrond. Dit komt ook naar voren uit het feit dat leerlingen én ouders aangeven dat er geen problemen zijn met de reacties van klasgenoten op zulke jonge medeleerlingen. Bovendien blijkt het merendeel van deze kinderen ook in hun vrije tijd, bij sport, muziek en andere buitenschoolse activiteiten voornamelijk met (veel) oudere kinderen en volwassenen om te gaan.

Uit onderzoek (Silverman) blijkt dat duurzame vriendschappen gebaseerd zijn op wederzijdse interesses en waarden, niet op leeftijd en dat hoogbegaafde kinderen in het algemeen een grotere sociale competentie hebben en eerder psychologisch volwassen zijn dan hun niet-begaafde leeftijdgenoten .

Sommige kinderen en ouders gaven in het onderzoek van Boogaard ongevraagd aan dat de versnellingen erg goed zijn geweest voor hun sociale leven: “Het heeft mijn sociale leven omhoog geschoten”, “Nu heb ik vrienden van gelijk niveau en gelijke ontwikkeling”, Mijn dochter bloeide emotioneel op na de versnellingen”.

Op cognitief gebied gaat het met alle jongeren redelijk tot goed, waarbij opvalt dat leerlingen op scholen die extra programma’s en/of begeleiding hebben voor hoogbegaafde leerlingen (meestal in de vorm van Compacten en Verrijken) betere resultaten halen dan leerlingen op scholen waar geen extra aandacht is voor deze groep. De angst van sommige docenten dat het te zwaar zou zijn voor zulke jonge leerlingen wordt weersproken door het feit dat de leerlingen op één na allemaal meerdere buitenschoolse activiteiten hebben. Ze doen bijna allemaal aan één of meer sporten, vaak op heel hoog (soms nationaal) niveau. Ook doet het merendeel aan muziek, dans of toneel.

Op de vraag aan leerlingen en ouders of ze met de huidige kennis achteraf wéér voor twee of drie keer versnellen zouden hebben gekozen antwoordt het merendeel (ouders 81%, leerlingen 85%) volmondig ja. Niemand antwoordde nee! Degenen die geen ja zeiden wisten het niet omdat het zowel voor- als nadelen had in hun ogen. De meeste ouders geven aan dat je domweg geen andere keuze hebt als je wilt dat je kind gelukkig is. “Ze is er erg van opgeknapt, zag het leven niet meer zitten. Dat is na de tweede versnelling nooit meer voorgekomen”.

Zes jaar later werd nogmaals de vragenlijst voorgelegd.
Van de 27 leerlingen die Boogaard terugvond hebben er 22 gereageerd (14 meisjes en 8 jongens). Van hen studeerden er 17 aan de universiteit, deden er drie een tussenjaar en werkten er twee. Nog steeds deden ze gemiddeld 8 uur per week aan sport en werkten de meesten naast hun studie gemiddeld 9 uur per week. Op de herhaalde vraag of ze met de, inmiddels uitgebreide achteraf kennis, weer dezelfde keuze zouden maken antwoordde weer niemand met nee. Ja werd gezegd door 82%, een meer genuanceerd ‘weet ik niet’ door de rest. Sommigen hadden liever nog vaker versneld.

In 2013 werd het onderzoek ‘A Nation Deceived: How Schools Hold Back America’s Brightest Students – A Nation Deceived highlights disparities between the research on acceleration and the educational beliefs and practices that often run contrary to the research’* gepubliceerd, die de voorgenoemde bevindingen bevestigen.

Conclusies Nicolas Colangelo na 50 jaar onderzoek:
- versnellen is goed en effectief
- versnellen levert geen schade aan emotionele sociale ontwikkeling
- onderzoek kan zeer stevig gefundeerd aantonen maar vecht tegen de praktijk die het niet gaat toepassen
- onderzoek en praktijk komen niet bij elkaar vanwege het systeem van onderwijs, sociaal en emotioneel aspect en de politieke trend’iedereen gelijk’
- angst voor het onbekende
- uit onderzoek blijkt de nummer 1 overtuiging/angst heel sterk is: we zijn bang dat er sociaal emotionele problemen ontstaan bij het kind.

Let op, dit rapport bestaat uit 2 delen! Download hier.
De informatie in Volume II vormt de basis voor de inhoud van Volume I

Conclusie:
In de praktijk blijkt er weinig reden tot zorg. Versnelling blijkt een praktische en productieve manier om deze kinderen passend onderwijs te geven en hun prestatie-motivatie te verhogen. Ook op sociaal-emotioneel gebied blijken de versnelde leerlingen goed te functioneren.

Wat van belang is dat er indien ingezet wordt op gestructureerde extra begeleiding, gebaseerd op vertrouwen. De houding van de mentor en leerkrachten is daarbij ook van groot belang.

Erkennen dat deze kinderen ‘anders’ zijn en andere behoeftes hebben is daarvoor de basis, net zoals aandacht voor het hebben van een juist beeld over deze kinderen.

Aanpassing van het programma kan bestaan uit het variëren van de verrijking van de lesstof, zodat deze uitdagend is tot – indien dit eerste niet afdoende blijkt – het aanbieden van een apart lesprogramma en/of individuele begeleiding.

Een investering van leerkrachten en scholen ten aanzien van kennis over deze doelgroep is een must. Tolerantie en extra ‘ruimte’ voor deze kinderen is daarbij ook een vereiste.

* Met dank aan Wijssein – Sonja Morbé voor de vertaling van de conclusies van A Nation Deceived: How Schools Hold Back America’s Brightest Students

Lees ook:

Onderwijs uitgelegd: DL en DLE, wat kun je daar als ouder mee
Onderwijs uitgelegd: Doortoetsen

Dorien Kok

Vol hoofd

KistjeZomaar een conversatie tussen moeder Lisette en dochter Kahlan (6 jaar).
Een hoogbegaafd meisje, met een hoofd dat vaak vol zit met denk – waardoor ze soms dingen echt vergeet.

Ze vergeet dus soms dingen, aan de andere kant lost ze haar problemen heel simpel zelf op.

Moeder: Kahlan, waar is je broodbakje?
Kahlan: ooooo vergeten!!!
Moeder: waarom vergeet je nou steeds alles?
Kahlan: omdat mijn hoofdje zo vol zit mama.
Wacht even, ik ga even ruimte maken.

Ze houdt haar hoofdje scheef en haar handje onder haar oor.

Kahlan: ik haal mijn nagedachten even uit mijn hoofd en stop ze in een kistje. Dat kistje is onzichtbaar en hang ik op mijn rug.
Moeder: wat zijn nagedachten?
Kahlan: dat zijn gedachten over heel lang geleden mama. Zal ik bij jou ook ruimte maken mama?
Moeder: is goed.
Kahlan: nu moet je 10 tellen je ogen dicht houden mama.

Ze legt haar handjes aan beide kanten op haar moeders hoofd en telt tot 10.

Kahlan: zo mama, ze zitten nu ook in een onzichtbaar kistje op je rug. Lekker hè?

Met toestemming geplaatst.

Boektip over dit onderwerp: Het vollehoofdenboek – Linde Kraijenhoff