Onderwijs uitgelegd: DL en DLE, wat kun je daar als ouder mee.

DL DLE ?

Als ouder heb je op school een paar keer per jaar een 10 minuten gesprek over je kind.

Leraren gebruiken als basis voor het gesprek oa de uitkomsten van je kind naar bepaalde meetstandaarden. Deze worden bewaard in het LeerlingVolgSysteem (LVS of LOVS). Hierin staan de ontwikkelingswaarden van iedere kind op het gebied van oa. spelling, lezen, rekenen en motoriek.

Termen die ze kunnen noemen zijn DL en DLE.

DL en DLE, wat kun je daar mee?

DL staat voor didactische (onderwijs) leeftijd. De term DLE staat voor didactische leeftijdsequivalent. Equivalent betekent soortgelijk, gelijkwaardig.

Een uitleg hierover:

Een schooljaar heeft 10 maanden. Elke maand onderwijs in het schooljaar telt als een DL. De telling voor DL start in groep 3 bij 0. Bij de start van groep 4 is de standaard score 10 DL. Aan het eind van groep 8 is de DL standaard 60. Voor de DL begint het schooljaar in september en loopt het tot juli. Een jaar blijven zitten levert +10 DL op.

Een kind eind groep 5 die is blijven zitten in groep 3 heeft een DL van 30 + 10 = 40 bij de start van groep 6.

Een kind in groep 6,  eind maart heeft een DL van 10 + 10 + 10 + 7 = 37.

Als je kind voorloopt op de lesstof of juist achter is het DL niveau respectievelijk hoger of lager. Die score noemen we DLE.

Als de DL 25 is (midden schooljaar 5) kan het dus zijn dat je kind bijvoorbeeld DLE een score heeft van 21 (4 onderwijsmaanden achterstand) of 29 (4 onderwijsmaanden voorsprong)

Anders gezegd:

Als de DL en de DLE (bijna) even groot zijn is de leerling op niveau.

Als de DLE lager is dan de DL  dan heeft de leerling  een achterstand.

Als de DLE hoger is dan de DL dan heeft de leerling een voorsprong.

Per kind is de DLE score anders. De leerkracht kan de score van ieder kind met voorafgaande metingen vergelijken. Dit kan ook als vergelijkingsmiddel met de klas en het algemeen gemiddelde van de school gebruikt worden.

De metingen worden gedaan met behulp van toetsen, zoals de Cito en de Teije de Vos toetsen. De behaald score levert via een tabel een bepaalde DLE score op. De optelsom van de scores (cumulatief) worden zogezegd bewaard in het Leerlingvolgsysteem, zodat school altijd een goed beeld van het kind heeft.

Wat zijn nu de eigenschappen van DLE toetsen:

– Men kan uitkomsten van een kind  met de uitkomsten uit vorige periodes vergelijken en daardoor de groei of een beperking daarop signaleren.

– Doordat het een maandtelling is kan de toetsing op elk moment in het schooljaar gedaan worden.

– Het gemeten niveau kan de voorsprong of achterstand in maanden duiden.

– De toetsen hebben een stijgende graad in moeilijkheid.

– Doordat er al op laag niveau getoetst kan worden is er weinig kans op  frustratie bij het kind.

– De toetsen geven een beeld van wat een kind beheerst, niet wat hij/zij niet kan.

– Je kunt maandelijks testen indien nodig en ziet dus direct of er sprake is van groei.

– Het maakt voor de afname niet uit in welke groep het kind zit.

Het ideale gebruik is als de test in het bedoelde schooljaar wordt afgenomen, maar ook in jaar ervoor en het jaar erna.

Voor de berekening van de DLE wordt er gebruik gemaakt van normeringen. Voor deze normeringen bestaan landelijke afspraken.

De DL en DLE scores kunnen gebruikt worden om het leerrendement (onderwijsopbrengst) van de leerling te meten. De gebruikte formule daarvoor is

DLE : DL x 100% = % leerrendement.

Een uitkomst van 100% betekent dat het kind ‘op niveau’ is.

Voorbeeld:

1. DLE = 30 DL 25

30 : 25 x 100% = 120% -> voorsprong

2. DLE = 20 DL = 25

20 : 25 x 100% = 80% -> achterstand

Lees ook:

Onderwijs uitgelegd: Doortoetsen
Onderwijs onderzocht: Versnellen, ja of nee

Dorien Kok

Advertenties

8 gedachten over “Onderwijs uitgelegd: DL en DLE, wat kun je daar als ouder mee.

  1. Will Missot

    Over dl +10 bij blijven zitten zijn de meningen verdeeld. Een kind krijgt er dan wel een vol jaar bij, maar heeft niet de leerstof van dat volgend jaar gedaan als er gedoubleerd is. Bij bijv. een dl van 30 + 10 = 40 kan normaliter gesteld worden dat het kind 40 maanden onderwijs heeft genoten. Qua tijd is dat zo. Qua leerstof niet. Er is 30 maanden leerstof voorbij gekomen, zij het dat 10 maanden daarvan tweemaal is aangeboden.

  2. Teije de Vos

    Zitten blijven en DLE

    Moet je bij een leerling die is blijven zitten de Didactische Leeftijd doortellen of moet die worden teruggezet?

    Wat dit betreft moet niks. Of u doortelt of de DL terugzet is een keuze en wat u kiest is afhankelijk van het gebruik van de DL.In het perspectief van de leerlingenzorg ligt terugzetten voor de hand. Als u toetst op schoolvorderingen gaat u na of een leerling presteert op het niveau dat u mag verwachten.

    Een leerling halverwege groep vijf (DL=25) heeft een adequate prestatie als deze een DLE haalt van 25. Een dergelijke leerling heeft op dit aspect dus geen extra aandacht nodig. Het maakt daarbij niet uit of deze leerling is blijven zitten of niet. De leerling presteert op het niveau van het onderwijs dat hij/zij op dat moment krijgt. Natuurlijk heeft de leerling die is blijven zitten een achterstand ten opzichte van de ex-klasgenoten die een groep hoger zitten, maar het zou unfair zijn om met de ex-klasgenoten te blijven vergelijken (er is toch niet voor niks besloten om de leerling niet te laten overgaan?).

    Doubleren kan worden beschouwd als een herkansing. De leerling maakt een nieuwe start en u begint opnieuw te tellen.
    Met andere woorden: wij beschouwen het DL in het kader van de leerlingenzorg niet als het aantal maanden genoten onderwijs, maar als een indicatie van het niveau van het onderwijs dat het kind krijgt. Voor leerlingen die een klas overslaan is dan de consequentie dat de DL vooruit wordt gezet.

    In het kader van bijvoorbeeld een economische analyse van het onderwijs (hoeveel onderwijs is er gegeven en wat heeft het opgeleverd?) zou u DL’s moeten doortellen. Dan is de didactische leeftijd niet meer het niveau van onderwijs van een leerling, maar het aantal maanden onderwijs dat de leerling in totaal heeft gehad.

    De RVC’s denken hier overigens anders over: ‘De didactische leeftijd (DL) is het aantal maanden dat een leerling onderwijs heeft gehad. Elk schooljaar heeft 10 onderwijsmaanden te beginnen vanaf september groep 3. De DL wordt berekend op basis van de huidige groep van de leerling, het moment van toetsafname en het aantal doublures vanaf begin groep 3’. Volgens de richtlijn moet echter bij 60 gestopt worden, in groep acht heeft een zittenblijver dus het hele jaar DL 60.

  3. Marei

    Mijn zoon van 6 in groep 3 heeft bij taal en rekenen een DLE van 40. Dat hij heel slim is, wisten we al, maar wat zegt dit nu precies.

    1. I-CARUS Berichtauteur

      Om te kijken hoever hij voorloopt heb je ook het DL getal nodig per leergebied.
      DL = aantal onderwijsmaanden. Zie blog.

      Sommetje DLE-DL = voorsprong bij + uitkomst, achterstand bij – uitkomst.

  4. Marei

    Zijn DLE – DL = 30. Hij is de jongste van de klas (vervroegd doorgestroomd). Wij hebben van school hier niets over gehoord; dat vind ik vreemd. Of zijn dit normale scores? CITO-toetsen ook allemaal A+. Ik vind het allemaal te goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s