Nieuw onderzoek naar excellentie op scholen

DIT IS EEN GEZAMENLIJK BERICHT VAN NWO EN HET MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Meer wetenschappelijke inzichten over de rol van excellentie op scholen, dat is de centrale gedachte achter het onderzoeksprogramma ‘Excellentie in het onderwijs’. In totaal gaan acht nieuwe onderzoeksprojecten van start. Zij krijgen geld van de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, onderdeel van NWO. De onderzoeken richten zich op de identificatie en kenmerken van (potentieel) excellente leerlingen en studenten. In een aantal projecten wordt nadruk gelegd op de rol van de docent in het bevorderen van excellentie in de klas; andere onderzoeken richten zich op de effectiviteit van programma’s voor excellentiebevordering.

Ieder kind moet het onderwijs krijgen dat het verdient en worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Een klein deel van de leerlingen heeft zo veel potentieel dat het met de juiste stimulatie en oefening kan uitgroeien tot een waar toptalent. Niet altijd krijgen zij de aandacht die ze verdienen, ook omdat binnen het onderwijs niet altijd de kennis voorhanden is om deze leerlingen te herkennen en optimaal te bedienen. In de onderwijspraktijk is dan ook meer behoefte aan meer inzicht in de leerwijzen en het leerproces van excellente leerlingen. Daarnaast geven scholen aan meer inzicht te willen in de effectiviteit van bestaande aanpakken voor excellentie en het bereiken van een leercultuur op school die daar bij past. Hoe zorg je er als school voor dat uitblinken ‘normaal’ wordt en dat leerlingen niet bang zijn om uit te blinken?

Bruikbaar in de klas.

Onderzoekers hebben in totaal 42 onderzoeksvoorstellen ingediend die zich richten op het herkennen en selecteren van (potentieel) excellente leerlingen en studenten. De Programmaraad heeft de beste acht onderzoeksvoorstellen geselecteerd om uit te voeren. Het onderzoeksprogramma komt voort uit de actieplannen voor het primair en voortgezet onderwijs en de strategische agenda voor het hoger onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Doel is om via wetenschappelijk onderzoek kennis te ontwikkelen over wat wel en niet werkt in het onderwijs, zodat leerkrachten en ouders die te maken hebben met ‘excellente leerlingen’ daar hun voordeel mee kunnen doen.

De volgende projecten worden de komende drie jaar uitgevoerd:

Dr. Stéphanie van den Berg – Universiteit Twente  – Talent moet opbloeien. De onderzoekers bestuderen de interactie tussen aangeboren talent en de invloed van gezin, school en docent in het ontplooien van cognitief talent op de basisschool. Ze gebruiken hierbij onder meer het Nederlands Tweelingenregister.

Prof. dr. Lex Borghans – Universiteit Maastricht – Excellente leerlingen: wie zijn het, wat doen ze? De wetenschappers onderzoeken in welke mate scholen excellente leerlingen in een vroeg stadium kunnen identificeren en welke aanvullende informatie deze diagnose kan aanvullen. Ook bestuderen zij de kenmerken van het studiegedrag en de motivatie van deze groepen en in welke mate hun ontwikkeling verschilt tussen scholen en naar sociale achtergrond.

Prof. dr. Carla van Boxtel – Universiteit van Amsterdam – Verbeteren van de ontwikkeling van motivatie, zelfregulatie en prestaties van potentieel excellente leerlingen met behulp van een geïntegreerd verrijkingsprogramma voor wiskunde en geschiedenis. De onderzoekers ontwikkelen twee verrijkingsprogramma’s en experimenteren hiermee met verschillende typen taken en groepssamenstellingen.

Prof. dr. Alexander Minnaert – Rijksuniversiteit Groningen – Het stimuleren van de motivatie van de hoogbegaafde leerling.   Het onderzoek richt zich op effecten van cognitieve en motivationele differentiatie bij hoogbegaafde en getalenteerde leerlingen.

Dr. Thea Peetsma – Universiteit van Amsterdam – Ontwikkelingstrajecten naar excellentie. De onderzoekers bestuderen de samenhang tussen aanleg, achtergrond-, motivationele, emotionele en sociale kenmerken van leerlingen en onderwijsgerelateerde factoren in het voorspellen van excellentie.

Prof. dr. Erik Plug – Universiteit van Amsterdam – Verheft het tij alle schepen? De onderzoekers richten zich op het meten van het effect van een verbredingsprogramma op de leerprestaties van excellente leerlingen in twee experimenten.

Dr. Judith Schoonenboom – Vrije Universiteit – Excellent studiegedrag bij samenwerkend leren in het hoger onderwijs. Dit onderzoek richt zich op de interactie tussen kenmerken van excellentie, voorkeuren, omgeving en excellent studiegedrag bij samenwerkend leren.

Dr. Eliane Segers – Radboud Universiteit Nijmegen – Het versterken van succesvolle intelligentie in de bovenbouw. De onderzoekers experimenteren met een verrijkt wetenschaps- en techniekprogramma voor getalenteerde leerlingen.

Meer informatie over de toekenningen.

Voor vragen over dit attenderingsbericht kunt u contact opnemen met Edwin Hubers

Tel: 070-349 4313
E-mail: e.hubers@nwo.nl

Programmaraad voor het onderwijsonderzoek (PROO)NWO/MaGW

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s